Kleuren

 

‘Een goede Duitse Herder kan geen slechte kleur hebben’. Dit is een uitspraak van Ritmeester Von Stephanitz, de grondlegger van het ras van Duitse Herdershond. Hij gaf hiermee aan dat kleur van ondergeschikt belang is voor een goede werkhond. Wel was hij tegenstander van allerlei vormen van kleurverbleking, ook wel pigmentverlies genoemd. De kleur van de Duitse Herder werd door Von Stephanitz dus niet hard en exact vastgesteld. Dit zien we terug in de omschrijving van de kleur in de huidige Rasstandaard:

‘Zwart met roodbruine, bruine, gele tot helgrauwe aftekening, éénkleurig zwart en grauw, bij grauw donker gewolkt, zwart zadel en masker. Onopvallende, kleine witte borstvlekken evenals zeer lichte binnenzijden zijn toegelaten, maar niet gewenst. De neusspiegel moet bij alle kleurslagen zwart zijn. Ontbrekend masker, lichte tot priemende oogkleur evenals lichte tot witachtige aftekening aan borst en binnenzijden, lichte nagels en rode staartpunt duiden op pigmentzwakte. De onderwol vertoont een lichte grauwe tint. De kleur wit is niet toegestaan.’

kleur-01 kleur-02


Kleurontwikkeling bij grauwe herders

Wanneer een pup gechipt wordt, wordt ook de kleur vastgesteld van de hond. Als de hond ouder wordt blijkt vooral bij grauwe honden de eerder vastgestelde kleur niet meer te kloppen. In onderstaand voorbeeld is de jonge grauw – gele hond later op volwassen leeftijd veranderd in een diep grauw – bruine hond.

kleur-03 kleur-04


Direct na de geboorte wordt bepaald of een pup zwart, zwart – bruin, zwart – geel of grauw is. Een grauwe Duits Herder heeft zijn definitieve kleur pas ongeveer op 3-jarige leeftijd. Om bij een grauwe pup het waarschijnlijke pigment als een volwassen hond te kunnen voorspellen, kun je uitgaan van de mate waarin de hond een uitgesproken masker heeft en / of van het pigment van de buitenkant van de oren.

kleur-07 kleur-08

en later zien deze pups er zo uit…

kleur-09 kleur-10


Is mijn zwart-gele herder toch een grauwe?

Sommige eigenaren maken zich zorgen wanneer hun zwart – gele hond een grijs zadel krijgt. Op de stamboom staat toch de kleur zwart – geel vermeld? Is het misschien toch een grauwe hond? Heeft de fokker hen misschien niet juist geïnformeerd? Deze zorgen zijn niet terecht en de fokker heeft hen niet verkeerd geïnformeerd en er staat geen fout op de stamboom. Het is gewoon een hond die niet over een geheel massief zwart zadel beschikt en een vorm van pigmentzwakte laat zien. Met name bij teven – maar dat is meestal een genetische kwestie – zie je vaak dat het massief zwarte zadel plaats maakt voor een grijs – zwart, bruin – zwart of grijs – bruin – zwart zadel. Daarmee is en wordt het dus nog niet een grauwe hond. Een zwart – gele pup, die niet beschikt over een massief aaneengesloten zwart zadel, zal nooit als grauw op de stamboom gekenmerkt worden, maar altijd als zwart – geel.


Aanwijzingen van pigmentzwakte

Hoe kun je nu aan de hond zien wanneer er sprake is van pigmentzwakte? Pigmentzwakte uit zich met de volgende kenmerken:

  • Lichte nagels
  • Geen uitgesproken masker
  • Een rode staartpunt
  • Lichte of priemende ogen
  • Geen aaneengesloten zwart zadel
  • Lichte lippen en licht tandvlees
  • Op het bovenste gedeelte van de kop geen zwarte kleur
  • Wit haar in de oren
  • Lichte tot witachtige aftekening aan de borst en binnenzijden
  • De neusspiegel is niet zwart

Het gebruik van grauwe honden voor pigment verbetering

Het lijkt bijna onlogisch dat grauwe honden van grote betekenis kunnen zijn voor het verbeteren van het pigment bij zwart – bruine en zwart – gele honden. Je zou toch denken dat het gebruik van grauwe honden eerder tot pigmentzwakte dan tot pigmentversterking zou leiden. Niets is echter minder waar. Het gebruik van grauwe honden in een goed doordacht fokprogramma zal bij zwart – gele en zwart – bruine honden tot een mate van pigmentversterking leiden. Echter, eenvoudig is het niet. Verbetering van pigment bereik je niet in één enkele stap of via een beperkt aantal maatregelen. Het vereist een goed voorbereiding, kennis van de erfelijkheidsprincipes en een consequent fokbeleid van de fokker.

Zowel de grauwe als de zwart – bruine en zwart – gele kleurvariant hebben een belangrijk kenmerk gemeen, namelijk:

Als dezelfde kleurvarianten (grauw met grauw, of zwart – bruin met zwart – bruin, of zwart – geel met zwart – geel) zonder voldoende kennis en ondoordacht met elkaar worden vermenigvuldigd, zal er altijd een bepaalde mate van pigmentverlies ontstaan.

Als na drie of vier generaties van combinaties met alleen zwart – bruine of zwart – gele honden een verstandige en doordachte combinatie van de zwart – bruine of zwart – gele hond met een pure grauwe hond wordt gemaakt of andersom, wanneer na enkele generaties van kruisingen met pure grauwe honden een combinatie wordt gemaakt van de grauwe hond met een zwart – bruine, of zwart – gele hond, zal er bij de hieruit voortkomende nakomelingen geen pigmentverlies maar juist een mate van pigmentverbetering zichtbaar zijn.

Wanneer er generaties lang met dezelfde kleur of kleurcombinaties (zwart – bruin of zwart – geel) gefokt wordt, treedt er een zekere consolidatie op van het erfelijk materiaal. Deze consolidatie is te vergelijking met het toepassen van intensieve inteelt in het fokprogramma. Uiteindelijk wordt de vitaliteit van het erfelijk materiaal daardoor negatief beïnvloed. Dit betekent uiteindelijk dat verschijnselen van pigmentzwakte zichtbaar zullen worden.
Door de inbreng van een grauwe hond in de bloedlijn van zwart – bruine of zwart – gele honden wordt deze consolidatie doorbroken. De vitaliteit van het erfelijk kleurmateriaal wordt als het ware weer flink opgepept en dat moet je dan kunnen zien aan een verbeterd pigment van de volgende generatie honden.


De erfelijkheidsregels met betrekking tot pigment

De erfelijke overdracht van pigment c.q kleur is aan bepaalde erfelijkheidsregels gebonden. Deze regels zijn vergelijkbaar met die voor de erfelijke overdracht van langhaareigenschappen. Als een homozygote zwart – bruine hond (voor zover een dergelijke hond bestaat) gecombineerd wordt met een homozygote grauwe partner (voor zover een dergelijke hond ook zou bestaan), zal de kleur van de nakomelingen altijd tussen de van de beide ouderdieren komen te liggen. Theoretisch zouden de pups dan de volgende kleuren kunnen hebben: effen grauw – bruin, effen grauw – zwart, grauw – bruin gevlekt of grauw – zwart gevlekt.
Er zijn op dit moment geen voorbeelden bekend van zwart – bruine honden die qua kleur altijd erfelijk dominant zijn en die in combinatie met een grauwe partner de zwart – bruine kleur aan meer dan honderd nakomelingen hebben overgedragen. Daarnaast geldt dat een qua kleur altijd erfelijk dominante grauwe hond (voor zover die ergens bestaat) zijn of haar grauwe kleurvariatie altijd door zal geven aan alle nakomelingen, ongeacht de kleur van het andere ouderdier.
De hond die altijd vanuit de eigen erfelijke kleurdominantie grauwe honden voort zal brengen kent een ander bijkomend voordeel: hij of zij is altijd homozygoot voor langhaar. Zijn of haar nakomelingen zullen dus nooit langharig kunnen zijn. Als het bestaan van zo’n hond nu bekend zou zijn, zou deze hond dus de sleutel kunnen vormen voor het op korte termijn oplossen van het probleem van langharige nakomelingen.


kleur-11 kleur-12


Geen enkele fokker hoeft er ooit bang voor te zijn dat hij of zij voor de rest van zijn fokkersbestaan gebonden is aan grauwe nakomelingen als hij een enkele keer gebruik maakt van een grauwe hond in het fokprogramma. De erfelijke overdracht van de grauwe kleur is dominant en dus niet recessief (recessief betekent dat de eigenschap alleen wordt overgedragen wanneer beide ouders over de eigenschap beschikken). Dit betekent dat het absoluut voor 100% zeker is dat er grauwe pups in een nest voor zullen komen wanneer één der ouders grauw is. Statistisch gezien zullen bij een zwart – bruine / grauwe combinatie 50% van de pups zwart – bruin en 50% grauw zijn. Wanneer beide ouderdieren zwart – bruin zijn, zullen er alleen zwart – bruine en nooit grauwe pups in een nest voor kunnen komen, ook al beschikken de ouderdieren over één of meerdere grauwe voorouders. Komen er toch grauwe pups voort uit beoogde zwart – bruine ouders, dan kun je er dus toch voor de volle 100% zeker van zijn dat één van de werkelijke ouders grauw moet zijn geweest!
Er kunnen echter wel zwart – bruine of zwarte pups geboren worden uit een grauwe – grauwe combinatie. Dit komt doordat de kleuren zwart – bruin en zwart recessief zijn. Wanneer een fokker besluit een zwart – bruine pup uit een zwart – bruine / grauwe combinatie aan te houden en deze hond later combineert met een andere zwart – bruine hond, zullen de nakomelingen van deze combinatie dus altijd met 100% zekerheid zwart – bruin zijn.
Het belangrijkste voordeel van het toepassen van een grauwe hond in combinatie met een minder sterk gepigmenteerde hond in een fokprogramma voor zwart – bruine honden is, dat er een snellere en sterkere pigmentverbetering optreedt dan wanneer er gebruik wordt gemaakt van een sterk gepigmenteerde zwart – bruine hond.


Recept voor pigment verbetering

Vaak komen fokkers pas echt in actie wanneer de problemen met pigmentzwakte al te groot zijn geworden. Dan is het dus eigenlijk al te laat. Het inbrengen van een grauwe hond wordt dan gezien als het tovermiddel om in één keer alle onderschatte problemen van pigmentzwakte op te lossen. Een enkele keer zal dat ook lukken, maar over het algemeen zullen de problemen toch niet meteen zijn verdwenen. Het gevolg is dat de fokker dan van mening zal zijn dat het inbrengen van een grauwe hond ook niets helpt en dus totale onzin is.
Het recept voor een goed pigment heeft nog niemand ontdekt. Zeker is wel dat het slim en doelgericht gebruik maken van grauwe honden in het fokprogramma een mogelijkheid is om pigmentverbetering tot stand te brengen. Als je het pigment wilt verbeteren, moet je goed kijken naar de overdracht van erfelijke eigenschappen. Wanneer je de beschikking hebtn over de statistische gegevens hoe de hond vererft, kun je voor het verbeteren van het pigment van een zwart – gele hond denken aan de volgende combinaties:

 

  1. Combineer de zwart – gele hond (die verschijnselen van pigmentzwakte vertoont) met een sterk gepigmenteerde grauwe of zwart – bruine hond van wie de voorouders aantoonbaar komen uit generaties van wisselende wolfsgrauwe en zwart – bruine combinaties. Deze honden zullen vrijwel zeker de pigmentatie verbeteren. Voor de erfelijke overdracht maakt het niet uit of we hier nu een grauwe of zwart – bruine reu of teef gebruiken. Gebruiken we een grauwe reu, dan zal het nest bestaan uit grauwe en goed gepigmenteerde zwart – bruine pups. Gebruiken we een zwart – bruine reu, dan zal het nestje alleen bestaan uit zwart – bruine pups.
  2. Wanneer je een zwart – gele teef (met pigmentzwakte) combineert met een homozygote grauwe reu (AA), een reu dus die dominant grauwe nakomelingen brengt, dan zul je alleen grauwe pups in verschillende kleurvarianten krijgen. Theoretisch zullen gemiddeld 50% van de pups homozygoot (AA) en 50% van de pups heterozygoot (Aa) voor grauw zijn. Aangezien het doel is om de zwart – gele kleur te verbeteren, zou je nu theoretisch gezien de heterozygote nakomelingen kunnen combineren met een zwart – gele hond. Deze omleiding is vrij omslachtig, maar geeft wel de beschikking over meer grauwe honden die je weer kunt gebruiken in het fokprogramma.

De tweede optie bestaat slechts in theorie, want voor zover bekend bestaan er geen homozygote (AA) grauwe reuen.


Een voorbeeld

kleur-13

Nakomelinggroepen van bovenstaande hond laten zien dat deze hond, die zelf in het geheel niet wolfsgrauw is, zijn uitgesproken pigment, vooral dat van de kop, sterk dominant vererfd. De eigenschap van deze hond om pigment te verbeteren is te danken aan het consequent gebruik van een grauwe voorouder over meerdere generaties in de ouderparen aan moederskant.

Voor fokkers die pigmentverbetering in hun lijn willen aanbrengen en zelf geen wolfsgrauwe hond in hun fokprogramma willen gebruiken is het een goede optie om een zwart – bruine nakomeling toe te passen uit de combinatie van een zwart – bruine reu of teef en een grauwe reu of teef. Voorwaarde hierbij is dat de grauwe ouder afkomstig moet zijn uit een lijn van steeds wisselende zwart – bruine en grauwe voorouders.

Hieronder staan afbeeldingen van drie reuen die nakomeling zijn van Flick von Arlett. Quai is afkomstig van een teef met weinig pigment, Petz is afkomstig van een teef met normaal pigment en Witz is afkomstig van een teef met veel pigment. De afbeeldingen maken ook duidelijk dat in deze gevallen de teven hun pigment niet hebben vererfd. Je kunt hier dan ook duidelijk zien hoe het pigment van de teef gedomineerd werd door het pigment van de reu.

kleur-14 kleur-15 kleur-16


Bron: The sable Shepherd, a museumpiece? (www.arlett.de)