Puppytips

 

Wanneer je een Duitse Herderpup hebt aangekocht, kun je vaak bijna niet wachten tot de dag aanbreekt dat je jouw hondje op kunt halen. Als het je eerste Duitse Herderpup is, ontstaan er ook vaak allerlei vragen. Waar moet je opletten? Wat moet je wel of niet doen? Hoe krijg je jouw puppy zo snel mogelijk zindelijk? Een goede voorbereiding is altijd het halve werk! We hebben hier een aantal handige tips beschreven die wel eens van pas kunnen komen.


Gezondheid

De pup die je hebt gekocht is in goede gezondheid overgedragen. Entingen staan in het vaccinatieboekje vermeld. Dit boekje is met de pup aan de nieuwe eigenaar overgedragen. Het is goed om in de eerste week een afspraak met de dierenarts te maken om de pup even goed te laten controleren. De pup kan dan ook meteen als patiënt bij de dierenarts worden ingeschreven. De pup is voor de overdracht aan de nieuwe eigenaar minimaal 4 maal ontwormd. Je moet de wormkuur herhalen wanneer de pup ongeveer 14 weken oud is. Het is dus slim om de dierenarts bij de enting van 12 weken om die wormkuur te vragen. De wormkuur moet herhaald worden wanneer de hond ongeveer 6 maanden en 10 maanden oud is. Daarna moet de wormkuur 2 maal per jaar worden herhaald. Onderschat het ontwormen niet. Het is heel erg belangrijk voor mens en dier. Larven van spoelwormen richten grote schade aan in het hele lichaam. Ze kapselen zich in, in de lever, de hersenen, longen, ogen etc. De gevolgen van spoelwormen zijn dan ook ernstig, zoals het achterblijven in de groei, het uitvallen van hersenfuncties, blindheid etc. Wanneer de hond ongeveer 16 tot 18 maanden oud is, kun je hem laten controleren op heup- en elleboogdisplasie. Een daartoe bevoegde dierenarts maakt dan een röntgenfoto van de heupen en ellebogen. Deze röntgenfoto´s worden door de dierenarts ter beoordeling verzonden naar de W.K. Hirschfeld Stichting. Van de uitslag van dit onderzoek word je altijd schriftelijk op de hoogte gebracht. De gezondheidszorg van jouw hond kost geld. Het is daarom misschien verstandig om bij Dier & Zorg een ongevallen- en ziektekostenverzekering voor de hond afsluiten.


De eerste dagen

De pup ervaart in een korte tijd heel veel veranderingen. Deze zijn voor de pup zeer intens. Broertjes en zusjes zijn verdwenen. De moeder is weg, de bekende geuren ontbreken. Daarom zijn de volgende aandachtspunten van belang:

  1. Laat de pup lekker op zijn gemak het nieuwe huis, de tuin, etc. onderzoeken.
  2. Geef de pup de voldoende gelegenheid om de nieuwe geuren van zijn omgeving en bewoners te leren kennen.
  3. Geef de pup geen straf als hij binnen plast. Hij is het niet gewend om zijn ontlasting op te houden. Hij begrijpt dan ook niet waarom je boos op hem bent. Verwacht niet dat de pup binnen enkele dagen al zindelijk is. Veel mensen doen hun pup in een bench of kamerkenneltje als ze even geen tijd voor de pup hebben. De pup leert in zo’n bench of kamerkennel zijn ontlasting op te houden. De pup ervaart een bench of kamerkennel als zijn nest of leger. En van de moeder heeft de pup geleerd dat je je eigen nest of leger altijd schoon moet proberen te houden.
  4. Een bench of kamerkennel heeft als bijkomend voordeel dat de pup niets kan vernielen. In het begin doe je de pup voor korte tijd in de bench. Ook doe je hem in de bench wanneer de pup moe is en gaat slapen. Laat de pup met rust wanneer hij in de bench is. Voer de lengte van de tijdsduur dat de pup in de bench is langzaam op. Doe de pup ook ‘s nachts in de bench. Wanneer de pup er in het begin erg veel moeite mee heeft om ‘s nachts alleen te zijn, kun je de bench de eerste dagen ook ‘s nachts op de slaapkamer zetten. De pup heeft dan niet het gevoel heeft alleen gelaten te zijn. Gaat het na een paar nachten goed, zet dan de bench ‘s nachts ook weer op de bedoelde plaats. Het is verstandig de pup in de bench te houden tot na het wisselen van de tanden en kiezen. Vervang dan de bench door een mand. Laat je hem er eerder zonder toezicht uit (bijvoorbeeld gedurende de nacht of wanneer je boodschappen gaat doen) dan heb je grote kans dat de pup van alles gaat vernielen.
  5. Bereid je goed voor als er (kleine) kinderen in huis zijn. Let er goed op dat je de aandacht zorgvuldig verdeelt. Zeer jonge kinderen kunnen erg jaloers worden als ze denken dat de pup te veel aandacht krijgt. Leer kinderen vanaf het begin dat ze de pup niet te hardhandig oppakken en dat ze voorzichtig met hem spelen. Een puppy is een hond en geen knuffeldier. Leer ze altijd dat ze de pup met rust moeten laten wanneer hij in zijn bench is of wanneer hij in zijn mand ligt. De bench of de mand is voor de hond de veilige plek om te rusten en waar zijn privacy gerespecteerd moet worden.
  6. Alle pups zijn verschillend. Er zijn verlegen en afwachtende pups. Er zijn pups die direct van alles onderzoeken, er met jouw pantoffels vandoor gaan, die laten weten dat ze er zijn. Houd rekening met deze verschillen. Het vrije, onderzoekende typetje verdraagt waarschijnlijk veel meer dan het afwachtende hondje.

Zindelijk maken

Een pup zal altijd proberen zijn eigen bench of kamerkenneltje schoon te houden. Breng de pup in het begin om de twee uur en/of na een dutje, het eten of een spelletje naar buiten op de plek waar je wilt dat hij zijn behoefte moet doet. Prijs hem zeer uitbundig wanneer hij zijn behoefte op de gewenste plaats doet. Beloon hem met iets wat hij heel erg lekker vindt. Blijf dit zeer consequent doen. Na verloop van tijd ontdekt de pup dat het doen van zijn behoeften op die gewenste plek leuk is. Dan zal hij op den duur zelf aangeven dat hij er even uit moet. Bedenk wel: geduld is een schone zaak. Verwacht niet dat de pup al na een week volledig zindelijk zal zijn. Het gaat er hier steeds om dat je het buiten op de gewenste plaats doen van de behoeften gaat je aanleren en niet dat je het doen van de behoeften in huis moet gaan afleren. De neus van de pup door de ontlasting halen heeft dan ook geen enkele zin. Hij begrijpt daar niets van. Een hond brengt jouw reactie alleen in verband met iets dat op hetzelfde moment gebeurt. Hij is niet in staat om jouw gemopper te koppelen aan iets dat 10 seconden of langer geleden is gebeurd.


Probeer het binnen doen van behoeften te voorkomen in plaats van het te laten gebeuren en het dan te bestraffen. Gebeurt het toch een keer dat de pup binnen plast of poept en je ziet het gebeuren, onderbreek dan het gedrag door sterk de aandacht te trekken. Je mag de pup best even laten schrikken (alleen op heterdaad!), maar straffen is totaal zinloos.
Ook is het verstandig de pup aan te leren zijn behoeften altijd in het gras van een berm of iets dergelijks te doen. Hij zal dan uiteindelijk altijd bermranden en dergelijke zoeken voor het doen van zijn behoeften. Voor uw omgeving is dat wel zo prettig.


Onthoud dat niet al het binnen-plassen komt voort uit onvoldoende zindelijkheid. Sommige honden doen zogenaamde onderdanigheidsplasjes. Dit zijn plassen die de hond laat lopen wanneer hij wil laten weten dat de ander (een hond of een mens) veel hoger in rang is dan hijzelf. Onderdanigheidsplasjes zijn bedoeld om eventuele agressie van de ander te remmen. Pups doen sneller een onderdanigheidsplas dan een volwassen hond, maar ook sommige (onderdanige) volwassen honden vertonen dit gedrag. Soms kan erg grote opwinding ook leiden tot het doen van een plas eventueel op ongewenste plaatsen, zoals in huis, in de bus, etc.
Het bestraffen van het doen van onderdanigheids- en/of opwindingsplasjes is totaal zinloos. Sterker nog, je maakt het probleem er alleen maar erger door. De hond snapt er niets van waarom jij zo moppert. Hij doet zo zijn best om zijn respect te tonen en krijgt een knorrige reactie als beloning! Blijkbaar moet hij nog beter zijn best doen om zijn respect voor jou aan jou duidelijk te maken, zodat jouw knorrige (= agressieve) gedrag zal afnemen. Je begrijpt dat zo van kwaad tot erger wordt.


Beweging

De pup groeit in het eerste half jaar tot bijna zijn volwassen grootte. Dat vraagt veel energie. Als de pup tijdens een wandeling aangeeft het niet meer te kunnen of moe te worden, ben je al veel te ver gegaan. Vergeet niet: een puppy heeft veel rust en slaap nodig. Doe het de eerste 12 maanden rustig aan. Wandelingen van 5 kilometer of meer is zijn de eerste 10 tot 12 maanden veel te veel van het goede. Beter 6 wandelingetjes van 15 tot 20 minuten dan 2 van een uur. Na 10 tot 12 maanden kun je via een verstandige en geleidelijke opbouw de hond meer beweging geven. Over traplopen hoor je allerlei verschillende verhalen, variërend van in het geheel niet doen tot maakt niet uit hoe lang en hoe vaak. Zoals zo vaak ligt ook hier de waarheid in het midden. Overdrijf niet en kijk wat de pup zelf aan geeft. Een jonge pup die uit zichzelf voor je uit een trap op kan lopen vormt geen probleem. Maar als je een pup naar boven toe moet lokken ben je verkeerd bezig.


Hetzelfde geldt voor de auto: het is geen probleem als de pup er na een paar maanden zelf gemakkelijk inspringt; met het uit de auto springen moet je de pup echter het eerste half jaar wel blijven helpen.


Begin niet te snel met het rennen naast de fiets. Pas na 7 maanden mag je hier voorzichtig mee beginnen. Bouw het uit met 5 minuten per maand. Dus in de achtste maand vijf minuten, in de negende maand tien minuten, in de tiende maand vijftien minuten rennen naast de fiets, etc. Het tempo mag voor een jonge hond beslist niet hoger liggen dan 10 tot 12 kilometer per uur. Ook hier geldt: als de hond aangeeft het te veel te vinden, ben je verkeerd bezig. Voor de zevende maand kun je de pup wel wennen aan de fiets, door de fiets af een toe mee te nemen op een wandeling.


Voeding

Een pup van 8 weken mag 3 maal per dag 50 gram voer. Volg de hoeveelheid voer zoals aangegeven is op de verpakking en verdeel deze hoeveel over de drie voedingen. Dit blijf je doen tot de 5de à 6de maand. Dan kan de pup over gaan op twee voedingen. Eventueel kun je een standaard voeding omruilen voor wat oud bruin brood, met wat vlees (pens of kopvlees) en wat overgebleven gekookte groenten, zonder zout of kruiden. Eén of twee maal per week een gekookt ei door het voer is ook erg goed. Zorg er wel voor dat de hond altijd fris water tot zijn beschikking heeft.
Let goed op je hond, want hij geeft aan of je te veel of te weinig voer geeft. Heeft de hond na de voeding nog erge honger en is zijn buik niet te dik dan kan je best iets meer voer geven. Eet de hond de voerbak niet leeg, dan geeft je hem wat minder. Een gezonde pup eet graag en moet zijn bak in één keer leeg eten. Zo niet, dan geef je hem te veel.
De hond is te dik als je de ribben niet kunt zien, maar ook niet kunt voelen. Overvoeden is vooral de eerste negen maanden erg nadeling voor de hond. Overgewicht kan aanleiding geven tot afwijkingen aan de gewrichten. Wanneer de hond te snel groeit is dat slecht voor de ontwikkeling van het geraamte. Je kunt over gaan op voer voor volwassen honden wanneer de hond tijdens de 3de tot en met de 6de maand te snel gaat groeien.


Geef voer van een bekend merk, zoals bijvoorbeeld Eukanuba, Advantage, Caro Crock, Royal Canin, Nutro Choice, etc. Let goed op hoe de hond het doet op het voer. Verander niet te vaak van merk als er problemen zijn. Raadpleeg de dierenarts en/of fokker als je denkt dat er problemen zijn. Geef in ieder geval geen toevoegingen zoals kalk- of vitaminenpreparaten. Een eetlepel zonnebloemolie of maïskiemolie (niet genetisch gemanipuleerd) over het voer of een theelepeltje zeewier is goed voor de vacht. Regelmatig een verse kluif of een mergpijpje is erg gezond en tegelijkertijd is het een goede tandenborstel. Het kluiven houdt de hond behoorlijk bezig. Daarmee is het ook één van de mogelijke oplossingen voor de eerste nachten dat de hond alleen is. Bovendien is een lekkere kluif ook een goed middel tegen verveling. Geef nooit varkensbotten of kippenbotten. Beiden zijn gevaarlijk!


Sommige honden kunnen niet goed tegen het eten van botten. Ze vertonen dan allergische reacties of worden ziek. De zogenaamde Nyla-Bone is dan een goed alternatief. Nyla-Bones zijn gemaakt van zetmeel en worden onder extreem hoge druk geperst. Het resultaat is dan een soort kunstmatige bot waar de hond heerlijk lang op kan knabbelen. Goede Nyla-Bones zijn verkrijgbaar of te bestellen bij de betere dierenspeciaalzaken.